Naar de inhoud
Sardinie camping.it
Sardinie

Brood dat een jaar goed blijft, en een varken aan het spit

Een herderskeuken, met de vis er veel later bij gekomen.

De Sardijnse keuken hoort bij het land, niet bij de zee: eeuwenlang leefde het eiland van schapen en graan, en van de kust kwam de ellende. Vis kwam op de kaart toen het toerisme kwam, en blijft een zaak van de badplaatsen; in het binnenland eet men zoals men altijd at.

Het brood

Carasau is een flinterdunne, tweemaal gebakken plaat, ontstaan omdat de herders wekenlang weg waren en het brood moest blijven: het houdt maanden en wordt met water zacht. Nat gemaakt, met saus en een ei erop, wordt het pane frattau. Verder zijn er de civraxiu van de Campidano, groot en lang gerezen, en de pistoccu uit de Ogliastra.

De pane carasau, tweemaal gebakken en dun als een vel papier

De pasta en het vlees

Malloreddus zijn geribbelde griesmeelgnocchi, aangemaakt met worst en saffraan. Culurgiones uit de Ogliastra zijn ravioli van aardappel, munt en pecorino, dichtgevouwen in een arenpatroon dat je als kind leert. Porceddu is speenvarken aan het spit of in de houtoven, alleen op smaak gebracht met zout en mirte.

De kaas en de zee

Het eiland heeft drie miljoen schapen en maakt daarvan de pecorino sardo en het grootste deel van de pecorino romano, die alleen in naam Romeins is. Uit de lagune van Cabras komt de bottarga di muggine, gezouten en gedroogde harderkuit, die je over spaghetti raspt. Seadas zijn gefrituurde deegzakjes met verse kaas erin en honing erop.

Om te drinken

De cannonau is de rode van het eiland, vooral verbouwd in de Ogliastra en de Barbagia, en hij heeft meer alcohol dan men denkt. De vermentino di Gallura is de enige Sardijnse wijn met de gegarandeerde benaming. In de Sulcis maakt men carignano, in Oristano de vernaccia, die als een sherry onder een gistlaagje rijpt. De mirtelikeur komt aan het eind, koud.